|
Kinderen van deze tijd
De druk op ouders is groot: werk, opvoeding, sociale
contacten onderhouden, sporten enz. Doordat we minder tijd hebben of andere keuzes maken is de
kans groot dat ouders in een soort permanente vorm van tijdgebrek verkeren. Het tijdsbeeld is
dat alles snel en gemakkelijk moet kunnen en gebeuren.
Een voorbeeld: de kinderen in onze tijd lopen
een grote kans "vervoerd" te worden zonder dat ze zichzelf kunnen verplaatsen. Daardoor lopen ze
meer kans dat ze er aan gewend raken om passief te zijn en niet leren, of juist afleren, actief op
hun omgeving te reageren. Stel je gaat met je moeder of vader in de buggy mee naar de winkel.
Je zit relatief stil vastgesnoerd in het wagentje. Je vader (of moeder) is snel in de winkel,
pakt de dingen die hij nodig heeft, rekent af en gaat weer snel naar huis. Maar jij
bent de hele tijd passief geweest en je moet wachten tot hij klaar is.
Had jij zelf gelopen dan had je je motoriek weer
iets beter kunnen ontwikkelen, over stoepjes kunnen balanceren, een hondje kunnen aaien, een
poesje achter het raam willen aaien en ontdekt dat dat niet kon omdat er een ruit tussen zat, in de
winkel rond kunnen lopen en op dingen af kunnen gaan enz. Voor ons volwassenen doodnormale en vaak
niet interessante dingen maar voor kinderen dagelijkse kansen om te leren en de wereld om hen
heen te leren begrijpen. Dat is heel belangrijk om eigen denkprocessen te kunnen ontwikkelen en
actief handelend in die wereld te kunnen funtioneren.
Voor het leerproces op school willen we juist wel dat
onze kinderen actief zijn en leren hoe ze kunnen reageren op wat er om hen heen gebeurt. Wij willen
juist wel dat ze energie steken in iets onder de knie te krijgen en we willen heel graag dat ze
snel, van hetgeen ze aangeboden wordt, kunnen leren.
Leren begint niet pas op de basisschool. De voorwaarden en
vaardigheden om goed te kunnen leren worden juist in de eerste jaren aangelegd en verder
ontwikkeld. Leert het kind passief en afwachtend te worden dan weet het later niet meer goed hoe
het zelf actief kan zijn. Het mist daar dan immers de ervaring voor en blijft in de eigen gewoonte,
die van kleins af aan aangeleerd is, hangen. Het lukt dan niet meer om die
basisvaardigheden steeds een stapje hoger te tillen tot in het abstracte denken toe. Heb
je met je lichaam en door het doen bijvoorbeeld geen doorzettingsvermogen kunnen ontwikkelen dan
kan het heel moeilijk worden om dat in je hooft alleen (bij het leren en op abstract niveau) wel te
kunnen.
|