|
Fasen in de motoriek
Onder motoriek verstaan we in feite hoe goed en
efficient je je lichaam kunt besturen en bewegen. Ook de ontwikkeling van de motoriek verloopt
volgens vaststaande fasen (zie ook Natuurlijke ontwikkelingsfasen
). De ene fase volgt op de andere en het optimaal kunnen doorlopen van de ene fase is min of meer
voorwaarde om ook de volgende fase goed te kunnen doorlopen met een stabiel "bouwwerk" als
resultaat.
In de eerste maanden spelen bij de ontwikkeling van de motoriek de primitieve reflexen
een grote rol. Een voorbeeld is de zuigreflex. Als je je vinger in de mond van je baby stopt dan
begint het automatisch te zuigen. Een andere bekende is de grijpreflex. Duw je tegen de
handpalm van een baby dan zal de hand dichtknijpen. Deze reflexen zorgen ervoor dat je als
baby kunt overleven en ontwikkelingen in gang kunt zetten zoals je hoofdje optillen, kruipen enz.
Andere reflexen zoals hoesten, niezen en met je ogen knipperen blijven je
hele leven. Ze treden op een onbewust niveau in werking en zijn voor een flink deel absoluut
noodzakelijk om te kunnen overleven of om beschadigingen aan je lichaam te
voorkomen.
Als het kind zich in de opeenvolgende fasen voldoende intensief kan ontwikkelen dan worden de
reflexen die in eerste instantie nodig waren om een ontwikkeling op gang te brengen, omgevormd tot
bewuste bewegingen. De verschillende delen van het lichaam kunnen vanaf het 6e levensjaar
onafhankelijk van elkaar bewogen en ingezet gaan worden.
In de fase waar de kinderen van groep 1 en 2 (en 3) zijn is het heel belangrijk dat de
kinderen veel spelen en gericht actief zijn zodat ze leren om hun motoriek optimaal te ontwikkelen
en gericht te kunnen bewegen. Zijn ze (fysiek) te passief en niet gericht bezig dan is er
een flinke kans dat ze onvoldoende de gelegenheid krijgen om hun lichaam als een efficient
"stuk gereedschap" tot hun beschikking te krijgen.
|